Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de Special Operations Executive (SOE) een fundamentele rol in de geheime oorlogvoering tegen nazi-Duitsland. Deze Britse organisatie, opgericht op bevel van Winston Churchill, had als doel om "Europa in lichterlaaie te zetten" door clandestiene operaties uit te voeren en lokale verzetsbewegingen te bewapenen en te sturen.
Vanuit Engeland organiseerde de SOE talloze nachtelijke droppings boven bezet Nederland. In het duister van de nacht werden geheim agenten, wapens, radioapparatuur, explosieven en andere essentiële middelen per parachute afgeworpen. Deze acties vonden plaats boven afgelegen landingszones, die door verzetsmensen op de grond werden gemarkeerd met behulp van zaklantaarns in specifieke patronen.
Deze droppings waren van onschatbare waarde. Zij vormden de absolute levenslijn tussen Londen en het Nederlandse verzet. Zonder deze bevoorrading waren grootschalige sabotageacties, het inlichtingenwerk en het effectief organiseren van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) onmogelijk geweest.
De SOE-vluchten behoorden tot de meest riskante operaties van de oorlog. De omstandigheden waaronder werd gevlogen, vergden het uiterste van de bemanning:
De missie van de Short Stirling LK195 op 6 november 1944 past volledig binnen deze context van geheime bevoorrading. Hoewel er historisch gezien enige onduidelijkheid bestaat over de exacte inventarislijst van deze specifieke vlucht, betrof het een zware lading verpakt in stalen containers van zo'n 300 kilo per stuk.
De lading bestond vermoedelijk uit:
Al deze middelen waren bestemd om het verzet in Overijssel te versterken. De LK195 zou deze lading echter nooit op de afgesproken plek afleveren.