De bemanning van de LK195 ligt verdeeld over twee locaties in West-Friesland. Hoewel zij samen de fatale missie uitvoerden, zorgden de omstandigheden van hun berging ervoor dat zij op verschillende momenten en plaatsen ter ruste werden gelegd.
Op de begraafplaats in Enkhuizen liggen vijf van de zes bemanningsleden zij aan zij. In de vroege oorlogsjaren werden aangespoelde vliegers vaak overgebracht naar grotere verzamelbegraafplaatsen in Den Helder of Amsterdam. Echter, door de geallieerde luchtovermacht in 1944 werd transport over de weg te gevaarlijk, waardoor de begrafenissen in Enkhuizen zelf plaatsvonden.
De volgende bemanningsleden rusten hier:
De graven werden in eerste instantie gemarkeerd door houten kruisen, vervaardigd op bevel van de Duitse bezettingsmacht. Een officieel rapport uit november 1944 bevestigt de locaties en de registratie van hun bezittingen, waaronder identiteitsplaatjes en persoonlijke ringen.

Op de protestantse begraafplaats van Bovenkarspel bevindt zich het graf van het zesde bemanningslid:
Omdat het lichaam van Evans pas in 1946 door lokale bewoners Frederik Luider en Jan Sijm uit het wrak werd geborgen, vond zijn begrafenis plaats na de officiële bevrijding. Frederik Luider nam de verantwoordelijkheid voor de begrafenis op zich en gaf opdracht aan begraafplaatsbeheerder Willem Klaver om Evans ter ruste te leggen. Luider betaalde in eerste instantie zelf voor de begrafenis en het monument op het graf, een bedrag dat hij later teruggestort kreeg van de Commonwealth War Graves Commission (CWGC).
Het graf van Evans wordt gekenmerkt door een monument dat al zeker sinds 1956 op deze plek staat en door de jaren heen door diverse nabestaanden is bezocht.