De toedracht van de crash van de Short Stirling LK195 is een samenloop van tactische beslissingen, extreme weersomstandigheden en het verraderlijke Nederlandse landschap. Hoewel we niet over een flight data recorder beschikken, is het mogelijk om de laatste uren van de vlucht nauwkeurig te reconstrueren aan de hand van logboeken, weerrapporten en ooggetuigenverslagen.
Op 6 november 1944 is het de bedoeling dat vanaf Great Dunmow 7 vliegtuigen van het 190 Sqdn vertrekken voor missies. boven bezet gebied.
Een van de zeven vliegtuigen met Piloot Manson, kon een van de motoren niet aan de gang krijgen en bleef achter op het vliegveld.
De zes andere waaronder de LK 195 vertrokken wel richting hun targets. Twee vertrokken richting Noorwegen en kwamen terug zonder hun lading te hebben kunnen droppen.
Vier toestellen vertrokken naar Nederlandse droppings plekken.
De bemanning die in de nacht van 6 op 7 november in de LK 195 zat, was pas voor de eerste keer bij elkaar.
In het Air OperaNons Register kon je veel crew samenstellingen vinden van de vliegtuigen die van het 190 sqdn vlogen.
Je komt regelmaNg de zelfde namen tegen maar als je goed kijkt gebeurt dit regelmatig in wisselende samenstelling van de crew. Dit kan natuurlijk het gevolg zijn van slachtoffers die gevallen zijn maar ook andere redenen.
De piloot van de LK195 was F/O Edwin Hodgson (uit Canada). Hij vloog zijn eerste missie waarbij hij wapens afwierp. Een week eerder, in de nacht van 1 op 2 november, had hij dezelfde route gevlogen maar toen als de tweede piloot, wel met het zelfde toestel en ook (zonder succes) naar Dudley 3.
De LK195 vertrok op 6 november 1944 om 20:45 uur vanaf RAF Great Dunmow in Engeland. De route over de Noordzee werd gevlogen met een stevige rugwind. Volgens historische gegevens van het KNMI was het die avond boven Nederland zwaar bewolkt met buien en lag de temperatuur rond de 5 graden Celsius. De wind was vrij krachtig, rond windkracht 5 Beaufort, met uitschieters tot 6 of 7 Beaufort.
Het toestel kwam Nederland waarschijnlijk binnen ter hoogte van Schoorl. Vanaf daar volgde het een veilige corridor oostwaarts over het agrarische West-Friesland. In dit gebied was de Duitse militaire aanwezigheid en het luchtafweergeschut (Flak) minimaal. vandaar dat er in dit gebied ook verschillende dropping zones te vinden waren.
Maar ook al zou het vliegtuig deze avond in een rechte lijn van Great Dunmow naar de dropping zone bij emmeloord zijn gevlogen zou het over het punt gekomen zijn waar het uiteindelijk mis ging.

Om vijandelijke radar te vermijden en de navigatie in het donker en bij slecht weer te behouden, kregen piloten in die tijd de instructie om extreem laag te vliegen. Toen de LK195 Venhuizen naderde en over de Zuiderdijk richting het IJsselmeer vloog, ging het mis.
De LK 195 vloog het over de dijk bij het IJsselmeer richting Enkhuizen. Wat er toen verder is gebeurt blijft, onbekend, Er wordt gesproken over dat hij de dijk geraakt zou hebben. Iets wat een mogelijkheid zou kunnen zijn. echter sporen van beschadiging aan de dijk zijn volgens verslagen en getuigen nooit gevonden.
Het volgende scenario ligt meer in de lijn der verwachting.
Achter de dijk ligt het waterpeil van het IJsselmeer vier meter hoger dan het omliggende land. Het is zeer waarschijnlijk dat piloot Edwin Hodgson, mogelijk gedesoriënteerd door het slechte weer en de duisternis, de hoogte verkeerd inschatte bij het passeren van de dijk. Het vliegtuig raakte het wateroppervlak met fatale gevolgen, sloeg over de kop en kwam slechts 100 meter uit de kust tot stilstand. De crashlocatie bevond zich ter hoogte van gemaal De Drieban en het strandje 'Het hondenhemeltje', in water van slechts drie meter diep.
Verzetsman Frederik Luider, die nabij Venhuizen aan het werk was op landingszone 'Laloe', met containers die de avond ervoor waren gedropt. hoorde dat het enorme vliegtuig laag en snel overkomen, direct gevolgd door een zware dreun vanaf de andere kant van de dijk.
Luider besefte onmiddellijk wat er was gebeurd en rende naar de boerderij van lokale verzetsleider Commandeur. Ondanks het slechte weer en de duisternis besloot het verzet actie te ondernemen. Met een roeiboot gingen zij het water op om de zeer kostbare wapencontainers uit het wrak te redden. Ze slaagden erin enkele containers te bergen.
Hun reddings- en bergingsactie werd echter bruut verstoord. Een patrouille van de Duitse Wasserschutzpolizei (Waterpolitie, onderdeel van de Waffen-SS en inclusief Nederlandse collaborateurs) was vanuit Enkhuizen op de fiets gealarmeerd. Toen zij op de dijk arriveerden, brak er in het donker een vuurgevecht uit. De verzetsstrijders wisten de Duitsers tijdelijk terug te dringen, wat hen de kans gaf de operatie af te breken en zich met de buitgemaakte wapens terug te trekken in de polder. Korte Njd daarna naderde er over de Nieuwe Weg, uit de richting Hoorn, een open wagen met soldaten. In eerste instantie leek het of ze aan de verkeerde kant zochten Achteraf bleek dat de omgeving van het Oostergouw in Venhuizen was uitgekamd. Kennelijk was de boerderij van Commandeur niet verdacht want de Duitsers reden daar voorbij. Een Enkhuizer onderduiker werd daarbij aangehouden maar zijn schone, glanzende schoenen waren voldoende om hem te laten gaan.
Ten Njde van de crash van de LK195 was het hoofdkwarNer van de Wasserschutzpolizei net verhuist naar Enkhuizen. Tot september ’44 bevond zich dat nog in Amsterdam.
Het onderkomen van de Wasserschutzpolizei zat in de oude ijsfabriek aan de ve?e knol. Een pand wat een paar weken later werd overvallen door het verzet.(maar dat is een ander verhaal)
Major Walter Baak was, volgens bronnen die ik tegen kwam, op dat moment Kommandeur des
WS-Kommandos “IJsselmeer”. De boten van de Wasserschutzpolizei lagen in die Njd aangemeerd bij het vuurtje in de vissershaven.

In Engeland was het toestel inmiddels als vermist opgegeven. De volgende dag, op 7 november, stegen er om 12:15 uur zes vliegtuigen op vanaf Great Dunmow voor een Search and Rescue (SAR) missie. Ondanks de zware storm boven de Noordzee voerden zij een grondige zoekactie uit, maar logischerwijs vonden zij geen spoor van de bemanning op open zee.